Een sterk begin van je boek in 5 stappen

Waar is het begin van je boek? Hoever kun je terug gaan?
Sommige verhalen beginnen bij de geboorte van hun hoofdpersoon (en sommige komen er zelfs mee weg). Sommige (fantasy)verhalen gaan zelfs zover om te beginnen bij de scheppingsmythe van hun wereld (en sommige komen zelfs daar mee weg). Maar de meeste verhalen moeten beginnen bij… tja. Waar moet je een verhaal eigenlijk beginnen?

Eigenlijk zijn er twee vragen die opgelost moeten worden voor je boek klaar is.
De eerste vraag is waar je begint met schrijven, de tweede vraag is welk begin je uiteindelijk voor je boek kiest.
Voor sommige schrijvers, de architect typen, zal het antwoord op het één wellicht het antwoord op het andere zijn. Voor andere, wat meer  tuinier typen, zal dit twee verschillende dingen zijn.

Schrijven

Dus, je hebt je plotwerk gedaan. Je weet waar je het verhaal af laat spelen, je weet welke poppetjes er in het verhaal zitten, je weet wat je die poppetjes gaat aandoen. In grote lijnen althans. Je staat op het punt je (spreekwoordelijke) pen op het (spreekwoordelijke) papier te zetten.
Misschien heb je helemaal geen idee. Je hebt een vaag concept in je hoofd dat jeukt om eruit geschreven te worden. Dat is ook prima.
Dat is namelijk precies wat je gaat doen.

Het is namelijk helemaal niet belangrijk in dit stadium. Waar begin je? Waar je wilt.
Beschrijf een normale dag voor je poppetje, beschrijf diens jeugd en waar alles misging. Of misschien begin je wel met je poppetje te porren, gooi hem of haar maar direct in een diepe afgrond waar je poppetje nooit meer uit kan komen. (Of toch wel?)
Er zijn ook schrijvers die hun boek beginnen bij het einde en dan terugwerken.
Het gaat er in dit stadium om dat je woorden op papier krijgt. Is het begin een goed begin? Waarschijnlijk niet. Is dat een probleem? Nee.

Het begin van een boek moet grijpen. Dat is waarschijnlijk de enige regel die hier geld.
Je lezer moet in de eerste zin vast zitten anders ben je de lezer kwijt. (Sommige schrijvers hebben wat goodwill opgebouwd bij hun lezers en krijgen iets meer kans in het begin, maar laten we van het ergste uitgaan hier.) Gaat je dat lukken met je geïmproviseerde begin? Misschien niet.
Dus je gaat het begin redigeren. (Net als de rest van het boek overigens.) In deze fase kies je het echte begin van je boek.

Kiezen

Zoals gezegd, het begin moet grijpen. Het is de eerste kennismaking van de lezer met het boek. Het begin is het punt waar de lezer besluit dat dit boek zijn/ haar moeite waard is. Of niet. Dat laatste wil je dus voorkomen.

Actie!

Veel bronnen zeggen dat je moet beginnen in actie, maar daar ben ik het niet mee eens. Actie ís een manier om je lezer te grijpen, immers, men wil weten wat er gebeurd, wie er wint. Er zijn echter ook andere methodes om het gewenste effect te bereiken.
Daar komt bij dat niet elke actiescène perse mensen uitnodigt om verder te lezen. Bekijk het volgende fragment:

Jan mepte Piet. Piet mepte terug. Ze rolden over de vloer terwijl ze allebei hun best deden om boven uit te komen.

Zie, actie. Maar of het uitnodigt tot verder lezen…
Je weet hier nog niet wie de hoofdpersoon, je weet niet wie er ‘moet’ winnen. Nou is dat op te lossen door een duidelijke blik ín het hoofd van de hoofdpersoon.

Jan balde zijn vuist en mepte Piet. Hij kreeg direct een mep terug. Ze rolden over de vloer terwijl ze allebei hun best deden om boven uit te komen.

We zien dit vanuit Jan, dus Jan zal wel de hoofdpersoon zijn. Dat grijpt iets meer, omdat je nu weet dat je ‘voor Jan moet zijn’. Je weet echter nog niet of je het wel daarmee eens bent. Misschien heeft Jan Piet zijn ballon wel kapot geprikt, waar Piet dan heel erg boos om was geworden. Ik zou dan toch weer ‘voor Piet zijn’. Het probleem is dat ik het niet weet.

Waar zo’n eerste scene sowieso beter van kan worden is om in deze scene meer emoties en de techniek show don’t tell  te gebruiken. Als je laat zien dat Jan boos genoeg is om Piet te willen meppen, en dat geloofwaardig doet, dan ben ik zeker weer voor Jan.
Dit is in mindere mate ook al gebeurd in het tweede fragment, het was noodzakelijk om Jan het ‘gezichtspuntpersonage’ te maken.

Het grote voordeel van beginnen met een goede actiescene is dat je je lezer erin mee trekt. Er gebeurt veel, waardoor de aandacht van de lezer niet verslapt. De lezer wil weten wie er wint.
Verder zal de lezer nieuwsgierig zijn naar waarom Jan en Piet eigenlijk op de vuist gaan. De lezer zal na de actiescene verder willen lezen om het antwoord daarop te vinden.

Vragen

Een goede manier om je boek te beginnen is een vraag opwekken. Neem de volgende zin:

Jan mepte Piet.

Deze zin alleen wekt vragen op. Wie zijn Piet en Jan? Waarom mept Jan Piet? Deze vragen alleen al zijn genoeg om een lezer te grijpen. Toch is deze zin onderdeel van het eerste fragment, wat ik geen mooi begin vond. Dit kwam omdat de lezer daarna in een scene wordt gegooid waar de vragen niet worden beantwoord. De lezer wil het antwoord wel weten, maar als het te lang gaat duren is het misschien niet zo heel erg belangrijk.
Je doet als schrijver eigenlijk al een belofte dat er een antwoord is, maar je doet er gewoon te lang over om die belofte na te komen.

Je kunt dit oplossen door de vraag vrij snel al te beantwoorden. Zo weet de lezer dat zijn toewijding om door te lezen wordt beloond, de schrijver komt immers beloftes na. Nieuwe vragen kunnen nu langer blijven hangen.
Daarnaast heb je met het beantwoorden van die vraag een fundering gebouwd waarop je verhaal leunt. De lezer weet nu hoe hij de scene moet zien.

Het is goed om vragen open te hebben in je boek. Zodra je laat zien dat je ze zult beantwoorden wil de lezer best de moeite doen om het antwoord te vinden en dus door te lezen. Als op een gegeven moment alle vragen beantwoord zijn is je boek eigenlijk afgelopen. Dit moet je dan ook voorkomen voor je bij je einde bent. (Wat weer een hele andere blogpost waard is.)
Wees echter uiterst waakzaam met vragen. Als je te snel achter elkaar vragen introduceert gaat het de lezer duizelen. En dan kan een lezer uiteraard alsnog besluiten dat de antwoorden de moeite niet waar is.

Jan mepte Piet. Piet mepte Klaas. Miepie stond op een klarinet te spelen terwijl Violet op haar dooie gemak een puzzel zat op te lossen. Ondertussen liep er een blieblabloep over de trampoline.

Wie is Jan, wie is Piet, wie is Klaas. Wie zijn Miepie en Violet? Wat is in hemelsnaam een blieblabloep en wat doet ie op een trampoline. Teveel vragen. (Overigens, regels zijn er in een creatief vak om gebroken te worden, dus ga vooral de uitdaging aan om ze te breken.)

Dus, je moet genoeg vragen opwekken, maar ook niet teveel. Balance is key.
Hoeveel vragen precies goed is? Dat is een kwestie van gevoel, en dus van ervaring. Ben je niet helemaal zeker? Vraag dan vooral de hulp van een proeflezer in.

Inactie

Als je ervan uitgaat dat een goed begin de juiste hoeveelheid vragen moet opwekken is het niet onlogisch dat een scene zonder veel actie ook kan werken.

Piet staarde in het grote gapende gat aan zijn voeten.

Dat wekt al een aantal vragen op. Wie is Piet, wat voor gapend gat, hoe komt het gat aan zijn voeten. Je kunt nu meteen vragen gaan beantwoorden:

Het was een grote kolkende massa niets. Het was er op de heenweg niet geweest, dat wist hij zeker. Maar nu, aan het einde van deze lange vrijdag, lag het opeens voor zijn voordeur. Alsof de hele dag post sorteren niet genoeg was geweest om chagrijnig van te worden.

Allemaal antwoorden. Het gat is blijkbaar een kolkende massa niets. Ik geef toe, dat is nog niet helemaal duidelijk.
Maar we weten nu wel dat Piet voor de post werkt en het gat voor zijn voordeur vond na een lange werkdag op vrijdag. Hoet het daar is gekomen weten we nog steeds niet, maar misschien is dat nou net dé vraag waar het verhaal over gaat. Je hebt er al best een hoop beantwoord, nu kun je verder met de vragen die nog open zijn.

En dat zonder actie.

Kwaliteit

Misschien is de meest belangrijke echte vereiste van een begin dat het goed geschreven is. Als je de lezer eenmaal te pakken hebt kun je je misschien een hobbeltje permitteren, misschien. Als je een hobbeltje in het begin hebt, is je lezer weg. Spelfout? Lezer weg. Stijlfout? Lezer weg. Grammaticafout? Weg. Etcetera.
Zelfs al is het de enige fout in het hele boek, die ene die er altijd doorheen glipt, zelfs dan is het genoeg om een lezer weg te jagen. Die weet immers niet dat het de enige fout is. Waarom zou iemand de moeite nemen om een boek te lezen waar in het begin al fouten inzitten.

De vijf stappen

Dus,  je hebt je manuscript, je weet dat je vragen moet opwekken, maar niet teveel. Wat ga je doen? Er zijn vele manieren om te werk te gaan. Ze zijn allemaal goed zolang ze maar leiden tot een goed begin. De volgende stappen zijn een manier om het aan te pakken.

  1. Bekijk je eerste scene. Vraag jezelf af of deze scene vragen oproept. Hoeveel vragen roept deze scene op? Er zijn drie mogelijkheden.
    1. De scene roept geen vragen op. Vraag jezelf af of deze scene echt belangrijk is. Heb je de scene nodig? Of kun je hem schrappen?
      Als je hem kunt schrappen is de kans groot dat er aan het eind van de scene te weinig vragen over zijn. Schrap de scene.
      Doe ditzelfde met de volgende scene en de volgende… Blijf dit doen totdat je dé scene tegenkomt die je echt niet kan schrappen.
    2. De scene wekt veel te veel vragen op.  In dat geval moet je minstens één scene bijschrijven die alvast een aantal vragen al eerder tevoorschijn tovert zodat de lezer niet overdonderd wordt.
    3. De eerste scene wekt precies genoeg vragen op. Lekker zo houden.
  2. Welke vraag zou je in je eerste scene kunnen beantwoorden? Maak een beginzin die deze vraag opwekt.
  3. Deze scene, wat is daar zo belangrijk aan. Welke vraag wekt deze scene op die je echt nodig hebt? Zou je die in je beginzin kunnen verwerken? Doe dit.
    Mocht dit niet kunnen, zorg dan dat je de vraag zo snel mogelijk alsnog opwekt.
  4. Zorg dat de beginvraag inderdaad wordt beantwoord.
  5. Laat je verhaal proeflezen! Laat een kritisch iemand je beginstuk doorlezen. Wil het kritisch persoontje doorlezen? Zo niet, bespreek waarom niet.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *