gastblog: Verhaalstructuren en -schema’s

Zoals bekend zijn er grofweg twee soorten schrijvers: gestructureerde schrijvers en organische schrijvers. Daartussenin zitten natuurlijk honderden verschillende gradaties. Het systeem dat ik hieronder beschrijf is daar één van. Het omschrijft je verhaal in érg ruwe lijnen, zonder in detail te treden. De bedoeling hier is om net genoeg houvast te hebben om niet uit de bocht te vliegen.

Voor planners is het een mooie eerste stap, maar zij zullen waarschijnlijke dieper op het verhaal ingaan en hoofdstukken en scènes plannen. Voor de organische schrijvers is dit een goed hulpmiddel om achteraf – of ergens halverwege het schrijven – te controleren of de structuur staat.

De vijf punten

Iedere verhaallijn in je boek is te beschrijven in vijf punten: de beginsituatie, het incident, het midden, de climax en de eindsituatie. Omschrijf jouw verhaal voor ieder punt kort, in hooguit een paar zinnen.
A1. Beginsituatie. Dit is de situatie die veranderd gaat worden. De beginsituatie beschrijft vaak het dagelijks leven van de hoofdpersoon en is meestal betrekkelijk rustig, maar dat hoeft niet. Onze hoofdpersoon zou bijvoorbeeld ook in slavernij gevangen kunnen zitten, iedere dag in de oorlog moeten vechten, of vreselijke nachtmerries hebben.

Voorbeeld: Mark neemt deel aan een experiment dat de geest van de proefpersoon naar een ander bestaansniveau transporteert.

A2. Incident. Dan gebeurt er iets wat de beginsituatie verandert en het verhaal in beweging zet. Als die situatie veilig en rustig is wordt die overhoop gehaald of wordt de hoofdpersoon eruit gehaald. Als de beginsituatie vervelend was, wordt die nog erger, of rustiger maar verwarrend.

Voorbeeld: Tijdens een van de experimenten worden er onverklaarbare waarden gemeten en komt Mark schreeuwend terug in deze realiteit. Hij kan zich echter niets opmerkelijks herinneren. Hierna gebeuren er vreemde dingen in het laboratoriumcomplex: machines vallen uit, springen spontaan aan en medewerkers worden ’s nachts in hun laboratorium gevonden zonder dat ze zich herinneren wat ze daar doen.

A3. Midden. De verwikkelingen die door het incident in beweging zijn gezet stapelen zich op totdat ze een hoogtepunt bereiken in het midden van het verhaal. Hier vindt een plottwist plaats, of gebeurt er iets wat de gebeurtenissen tot nu toe in een ander daglicht stellen.

Voorbeeld: Het blijkt dat tijdens het experiment op Mark een entiteit uit het andere bestaansniveau is meegekomen. Die springt van wetenschapper naar wetenschapper en probeert een poort te openen om zijn vrienden naar de aarde te brengen. Een jacht op het buitenaardse wezen a lá The Thing begint.

A4. Climax. Uiteindelijk belandt de hoofdpersoon in een “alles of niets” situatie. Hij zit vaak op zijn dieptepunt; alles lijkt verloren en hij lijkt niet in staat zich hier uit te redden.

Voorbeeld: De entiteit gebruikt de machines in het laboratorium om een poort naar zijn dimensie te openen. Tientallen entiteiten komen door de poort. De aarde is verloren!

A5. Eindsituatie. Of de hoofdpersoon nu wint of niet, na de climax ontstaat een nieuwe stabiele situatie, vergelijkbaar met de beginsituatie. Als dit een op zichzelf staand boek is zal de situatie aan het eind waarschijnlijk beter zijn dan die aan het begin. Is dit boek een onderdeel van een serie dan hoeft dat niet zo te zijn en kan de eindsituatie dienen als de beginsituatie van het volgende boek.

Voorbeeld: Het lukt Mark de polariteit van de poort om te keren, waardoor alle entiteiten terug naar hun eigen bestaansniveau worden gezogen. Het laboratorium is vernietigd en de experimenten worden stopgezet.

Zo heb je een oppervlakkige samenvatting van je hele boek. Het is belangrijk te onthouden dat dit geen scènes of hoofdstukken zijn. Zie deze plotpunten als mijlpalen en de hoofdstukken in je boek als wegen die ernaartoe leiden. Deze samenvatting laat veel vragen open. Je kunt die vragen van tevoren beantwoorden, of ze tijdens het schrijven oplossen.

Subplots

Een roman heeft veel meer dan één plotlijn. Soms zijn er meerdere hoofdpersonen, ieder met een eigen verhaallijn, of ondergaat je hoofdpersoon meerdere subplots. Deze extra verhaallijnen en subplots kun je met behulp van dezelfde vijf punten uitwerken, als B-plots, C-plots of zelfs D-plots. Een van de meest voorkomende B-plots is een romance. Bijvoorbeeld:

B1. Beginsituatie. Mark en Isabel zijn beiden deelnemers aan de experimenten.

B2. Incident. Mark ontmoet Isabel op zijn eerste dag. Hij is nerveus, maar zij stelt hem gerust. Door hun ontmoeting vinden ze het allebei een stuk leuker in het lab en ze brengen steeds meer tijd samen door.

B3. Midden. Uiteindelijk belanden ze bij elkaar in bed. Wanneer Mark de volgende ochtend wakker wordt blijkt Isabel te zijn gearresteerd door beveiliging. Ze heeft midden in de nacht aan de machines in het lab gezeten en daar is ze niet bevoegd voor.

B4. Climax. De entiteit neemt het lichaam van Isabel over om de dimensie te openen. Mark wordt voor de keuze gesteld: zijn geliefde doodschieten of de wereld verdoemen.

B5. Eindsituatie. Wanneer alle entiteiten door de poort worden gezogen verdwijnt het wezen uit Isabels geest. Blijde vereniging, zoenen, etc.

Zoals je ziet zijn er meerdere raakpunten tussen het A-plot en het B-plot. Dat is goed, want het stelt je straks in staat om scènes en hoofdstukken te schrijven die meerdere verhaallijnen raken. Daardoor wordt het verhaal een mooi ineengevlochten geheel.

Er zit geen eind aan de hoeveelheid verhaallijnen die je op deze manier kunt plannen en in elkaar laten grijpen, maar te veel plots kan je verhaal nodeloos ingewikkeld maken. Ik zou zeggen, een verhaallijn voor elk oogpuntpersonage, en voor ieder van hen een subplot is in eerste instantie genoeg. In bovenstaand voorbeeld zou je de onderstaande lijnen nog kunnen toevoegen:

C-plot: Isabel is in het geheim een journaliste, die wil bewijzen dat de experimenten die hier gedaan worden levensbedreigend zijn.

D-plot: Een van de wetenschappers wil de geheimen van het laboratorium stelen om aan de hoogste bieder te verkopen.

Als je de punten van verschillende verhaallijnen in de juiste volgorde zet, zie je al een outline ontstaan. Als je van planning houdt kun je die verder uitwerken door elk punt in hoofdstukken en scènes onder te verdelen. Ben je meer van de improvisatie (zoals ik), heb je van enkele verhaallijnen maar twee of drie punten, spreekt alles elkaar tegen en veranderen ze tijdens het schrijven constant. Wat voor jou het prettigste werkt, werkt.

Jasper Polane is schrijver, uitgever en oprichter van Quasis. Als scenarist schreef hij tekenfilmseries voor televisie. ‘Lege steden’ (2014) werd tweede in de verkiezing van de Hebban Award voor het Beste Fantasyboek van het Jaar. Het vervolg ‘Vorstin van de Kou’ verscheen in 2015, in 2016 gevolgd door het derde deel van de serie ‘Wolvinnen van Otrostaadt.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *