show, don’t tell – 4 tips

Het is één van de meest gehoorde schrijftips: Show, don’t tell.

In het Nederlands zou dat iets zijn in de trant van ‘Laat zien, vertel niet’, maar dat klinkt toch niet zo geweldig. (Of ik ben het Engels gewoon gewend, geen idee.) Aangezien het blijkbaar zo’n belangrijke tip is, vond ik het hoog tijd worden dat ik er een blogpost aan wijdde.

Bekijk de volgende zin:

Ze werd bang.

en vergelijk dit met:

Ze voelde de haren op haar armen overeind gaan staan en haar maag samentrekken. Haar knieën verloren hun kracht en ze begon te trillen.

En dan nu de vraag: Wat spreekt je aan?
Ik vermoed dat het antwoord is: Het tweede fragment.

Het eerste fragment vertelt dat de hoofdpersoon bang is. Mijn reactie als lezer is dan: ok, ze is bang. Da’s vervelend voor haar. En dan zo sarcastisch mogelijk. Ik word er niet echt warm of koud van. Het tweede fragment laat mij ‘zien’ wat de hoofdpersoon voelt. Ik herken die dingen van de momenten dat ik bang ben en de herinnering wekt een angstig gevoel bij mij op. In zeker mate word ook ik bang. Ik word bang met de hoofdpersoon mee en ga dezelfde dingen misschien ook echt voelen.

Nu de vraag: Wat wil je als schrijver bij je lezer teweeg brengen?
Ik ga er maar even vanuit dat je in een hoop gevallen het tweede wilt teweegbrengen. Maar hoe? Hoe ga je te werk?

De allereerste stap is kiezen wanneer je dit wel of niet moet doen.
Huh? Het hele internet schreeuwt ‘show, dont tell’, moet je het dan niet gewoon altijd doen?
Nee. Sommige dingen zijn gewoon niet boeiend genoeg om er meer dan een zin aan vuil te maken. Vergelijk de volgende twee stukjes.

Hij at snel een boterham.

en

Hij liep naar de keuken, de keukentegels voelden koud onder zijn sokken. Hij pakte een bord en legde er een boterham op, die hij vervolgens besmeerde met pindakaas. Hij vouwde de boterham dubbel…

*snurk* Sorry, ik was even in slaap gevallen. En je lezer ook. Dus, nee, je hoeft niet tot in detail te beschrijven hoe je karakter een boterham smeert, tenzij het je doel is om je lezer in slaap te vervelen. Is het dan nooit nuttig om deze activiteit te beschrijven? Dat wil ik dan ook niet zeggen. Stel nou dat je personage een goeie herinnering heeft met een boterham pindakaas. Of je karakter heeft een traumatische ervaring waar pindakaas bij betrokken was. Dan wordt het opeens wel boeiend want het doet iets met je personage. Dat brengt ons tot de eerste en verdere tips:

  1. Bedenk wat je wilt teweegbrengen. Wat is het doel van de scene?
    Is dat alleen dat je hoofdpersoon wat eten in zijn maag krijgt? Dan volstaat een zin.
    Maar als je iets meer wilt, als je je lezers iets wilt laten voelen, als je wilt aangeven wat je personage voelt – dan moet je deze techniek toepassen.
  2. Vraag je af wat je personage moet voelen in die situatie en hoe dat voelt. Hoe voel jij je als je bang bent? of boos, of blij, of gelukkig of… Probeer dat te beschrijven. Vraag misschien eens rond bij je vrienden of zij zich ook zo voelen. (Wees natuurlijk wel voorzichtig, je vrienden willen misschien helemaal niet praten over hoe een paniekaanval voelt.) Vergeet niet, google is je vriend.
  3. Een mens heeft vijf zintuigen, zes als je evenwicht meetelt, en al die zintuigen geven informatie door. Moet je die allemaal noemen? Dat ligt aan de situatie. Vraag jezelf af of je die informatie nodig hebt om dat gevoel op te wekken. Probeer het anders allemaal uit en schroom niet om proeflezers te vragen wat ze ervan vinden.
  4. Activeer je personage. Mensen… Personages bewegen, ze doen dingen. Of ze doen juist iets niet. Iemand die bang is kan stokstijf blijven staan, een nerveus iemand kan gaan stotteren of frummelen aan de koordjes van diens trui. Een blij iemand kan gaan ‘stuiteren’, een opgelucht iemand kan een zucht slaken. Etcetera.

Met andere woorden. Vraag je altijd af wat je teweeg wilt brengen en focus daarop. Bedenk je hoe een karakter voelt, waarom hij/zij zich zo voelt en welke reacties die gevoelens teweegbrengen. En onthoudt, leg geen nadruk op dingen die eigenlijk niet zo belangrijk zijn; een boterham pindakaas bijvoorbeeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.